Hoge Raad doelt niet op djellaba, maar op zwarte kousen In het NRC Handelsblad van dinsdag 20 april schrijft rechtsfilosoof Wouter Veraart dat de SGP indirect slachtoffer van de islam is geworden. Volgens hem zou het vrouwenstandpunt van de SGP geen probleem zijn. Het zou alleen wel een precedent scheppen. Door de uitspraak van de Hoge Raad over de SGP zouden we inmiddels een toekomstige vrouwonvriendelijke islampartij voor zijn. Islamfeministe Nahid Selim schrijft in de Trouw van donderdag jongstleden ook dat de getolereerde praktijk een smoes was voor moslims. Dat kan zijn, maar de uitspraak was daarom nog niet uit voorzorg tegen een islampartij. Nee, de SGP zelf is het directe doelwit. De uitspraak is niet gericht tegen de islam, maar legt blind gelijkheidsdenken op. De Nederlandse samenleving heeft eeuwenlang geen moeite gehad met religieuze minderheden. Ontkenning van het passief kiesrecht bleek jarenlang geen enkel democratisch probleem. De SGP is volgens vriend(in) en vijand(in) een constructief bijdragende partij. Op haar eigen manier heeft de partij de vrouw hoog in het vaandel staan. Als men echt bang zou zijn voor de islam, is dat niet uit angst voor een kieslijst zonder vrouwen. Een theoretische islampartij kan zich immers voorbeeldig naar de letter van de wet gedragen zonder vrouwen verkiesbaar te stellen. De recente inperking van de vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging is tegenover niemand te verdedigen. Een eventuele moslimpartij zal daar ook vraagtekens bij stellen. Stel dat moslims met vredelievende bedoelingen een partij willen beginnen, dan zullen ze op deze beperking botsen. Dat de samenleving zo blijkt te frauderen met democratische principes, zal die moslims radicaliseren. Daarmee wordt het gesuggereerde islamitische gevaar vast niet kleiner. Als de rechter echt anticipeerde op een nieuwe islamitische partij, dan zal hij dat ongetwijfeld begrepen hebben. Het punt is dan ook niet dat de Hoge Raad de islam wil aanpakken. Een groot gedeelte van Nederland is op tour om andersdenkenden de mond te snoeren. Van het multiculturalisme zijn we op weg naar de gelijkheidsideologie. We leefden in een samenleving waarin SGP’ers – terecht – als een verrijking werden gezien. Tekenend is dat zowel Veraart als Selim schrijven dat de SGP geen vlieg kwaad doet. Het mag niet baten. Als we er nog niet in zijn beland, koersen we nu naar een samenleving waarin een echte, onschuldige SGP’er verwordt tot persona non grata. Dat het prevaleren van het gelijkheidsdenken zo enthousiast wordt onthaald, is te begrijpen. Veel mensen kunnen zich niet inleven in de omstandigheden van de SGP. Ze verwarren gelijkheid bovendien met gelijkwaardigheid. Gelijkwaardigheid is een duur betaalde verworvenheid. SGP’ers staan op een christelijke manier tegenover deze christelijke notie. De SGP praktiseert het dan ook, zonder dat de man en vrouw gelijk zouden zijn. Gelijkwaardigheid en ongelijkheid gaan prima samen. Veraart schrijft daarom ook dat bijna niemand geloofd dat de SGP-vrouwen werkelijk onderdrukt worden. Toch valt dat nog tegen. SGP’ers worden – ach, arrogantie – ook in deze veel beschuldigd van indoctrinatie. Die beschuldiging is zelf al een blijk van de gelijkheidsideologie. Als iemand opgroeit binnen een SGP-gezin, zou hij pathologisch gehersenspoeld worden. Staat zijn wieg bij de seculiere buren, dan mag hij zeggen dat er geen waarheid is, zonder dat het voor hem zelf geldt. De gelijkheidsideologie wint dagelijks terrein. Dat blijkt uit de overwinning van de Hoge Raad, het intrekken van de subsidie voor het Amsterdamse Scharlaken Koord, de voorgestelde acceptatieplicht in het bijzonder onderwijs, het weigeren van de gewetensbezwaarde ambtenaar enzovoort. Al die maatregelen komen niet door de ontkerstening van de samenleving. Immers, we leven in een democratie en rechtstaat. Daarin krijgen minderheden ook ruimte. Ons staatsbestel is juist bedoeld om een opdringerige staat en ideologieën af te remmen. Ook het Nederlandse staatsbestel is helaas niet volledig ideologieproof. Wetten en verdragen met de rechten van de burger lijken altijd zo solide, maar zijn gebaseerd op een ideologie. De interpretatie ervan is nog meer contextgebonden. We prijzen het bestaan en de juiste toepassing van grondrecht 1. Maar als het misbruikt wordt door een ideologie, dan gaan we de mist in. Dat gebeurt nu. Het eerste artikel van de grondrecht wordt een mantra van gelijkheid. Men vergeet dat het grondrecht is bevochten is om gelijkwaardigheid af te dwingen. De uitkomst is dat de gelijkwaardigheid van politieke partijen, visies en meningen wordt vertrapt. Het zure is dat feministische organisaties die vroeger goed werk deden door onderdrukte vrouwen te helpen, nu grondrechten gaan inperken. De uitspraak van de Hoge Raad is niet bedoeld om moslims de wind uit de zeilen te nemen. De uitspraak is er ook niet een van wet en rechten. De huidige rangschikking van de grondrechten is niets minder dan een politiek en ideologisch oordeel. De Hoge Raad heeft Vrouwe Justitia als levend schild gebruikt. Arjan van de Waerdt Lid van het politiek bestuur van de SGP-jongeren |